U bevindt zich hier: Home > Over het USConcert > Het Haas
Het Haas
Het Haas is in 1933 de beschermheer van het Utrechtsch Studenten Concert geworden. Het is bij ieder concert en iedere algemene leden vergadering aanwezig. Het's aanwezigheid is altijd een grote bron van inspiratie voor de orkestleden. Ook kan Het mentaal tot grote steun zijn voor het zittende bestuur. Dit resulteert dan ook vaak tot een diepe en langdurige band tussen Het en (oud)bestuursleden.Het zittende bestuur dient zorg te dragen voor Het's welzijn. Dat dit niet altijd even gemakkelijk is, bijkt uit het feit dat Het nogal eens het Hazepad kiest en zich dan voor enige tijd onderdak verschaft bij een van de honorair bestuursleden (oud-bestuursleden die als honorair zijn geinstalleerd). Het schrijft dan middels de honorairen een brief naar het bestuur over Het's onvrede met de gang van zaken.
Bij het aftreden geeft ieder bestuur Het een cadeautje. Zo heeft Het inmiddels een uitgebreide garderobe en staat Het op een rood fluwelen kussen op een speciaal voor Het vervaardigde zuil. Het Haas is niet meer weg te denken uit het Utrechtsch Studenten Concert!
De geschiedenis van Het Haas
Een avond, begin februari 1933. Het ijskoude centrum van Utrecht is akelig stil. Echter, in een kamer aan de Zadelstraat 38bis, waarin het schemerlicht van enkele kaarsen de grenzen van het waarneembare bepaalt, wordt een traditie geboren. We zijn op bezoek bij de heer Fesevuur, voorzitter van de Commissie tot Bestuur van het Utrechtsch Studenten Concert, een functie met veel aanzien binnen het Utrechtsch Studenten Corps. Het is enkele dagen voordat de heer Fesevur zelf zal soleren met zijn orkest in het vioolconcert in E-dur van Bach. De laatste zaken met het bestuur worden in een "vergadering" doorgesproken. Diep in de nacht is de sfeer jolig genoeg om een paashaas, waarvan de chocolade eitjes in zijn buik al lang zijn opgegeten en die al enkele malen van driehoog op de straat is beland en weer is opgeraapt, te vereren met de titel "Het Haas, Beschermdier van het USConcert". Eentje, die al snel wordt omgedoopt tot Beschermheer.
Populair is Het Haas geenszins, maar Het Haas houdt stand, omdat Het nu eenmaal binnengehaald is. Het is, omdat Het is. Vanuit deze marginale positie om Het te verdonkeremanen, ontstaat juist een van de belangrijkste tradities, die het orkest rijk is, namelijk "Het Roof". Oud-bestuursleden zien vaak vlak na een concert hun kans schoon. Direct na het concert, wanneer iedereen druk rondloopt tussen het publiek of instrumenten versjouwt, is het meestal vrij gemakkelijk Het Schele Ding ongezien mee te nemen, teneinde een echte mascotte voor het orkest te kopen.
Tot een genadeschot ("Het Dood") komt het nooit. Zittende bestuursleden durven het nooit aan te breken met een traditie en voor diefachtige honorairen is het uiteindelijk veel te leuk om het bestuur dwars te zitten, en daar is Het Haas, als "vrijwillige gijzelaar", ongeschonden bij nodig. En men is weekmoedig: Het Haas kan erg vertederend zijn, als het zwaar loensend vanuit een of andere tas naar zijn ontvoerders opkijkt.
Van Het Haas houdt men niet, men betuigt het respect. Op paradoxale wijze wordt de mascotte niet het fysieke symbool van het orkest, maar juist vergeestelijkte symbool. Lichamelijk stelt de voormalige paasei-verpakking nu eenmaal niet veel voor. Het Haas wordt de Oude Heer van het orkest. De aaibaarheid is nul. Zijn brieven na ontvoeringen zijn dan ook zelden vriendelijk van toon.
Toch bloeit er de laatste jaren meer liefde op. Bij de losmaking van de band met het Utrechtsch Studenten Corps, begin jaren 80, lijkt een verandering in de omgang met Het Haas op te treden. Het wordt belangrijker als symbool en de aanhankelijkheid lijkt te groeien. Dat is logisch. Als het USConcert op eigen benen staat wordt de eigen monarch zwaarwichtiger. Het Haas wordt in feite herontdekt en van verwaarlozing gered, wat ondermeer blijkt uit het "contract voor het leven" bij een poppendokter, die heeft toegezegd Het zo vaak als nodig op te lappen.
De recente liefde voor Het Haas blijkt onder andere uit de vele geschenken die Het bij de jaarlijkse honoraireninstallatie mag aanvaarden. Naast een complete garderobe en een wimpel, beschikt Het momenteel over Het Zuil, vanwaar Het een uitstekend overzicht heeft over Het's orkestleden. Het staat op Het's Kussen, dat opgesierd wordt door Het Spelt. In rumoerige situaties verkiest Het het, om onder Het Stolp te staan, daar Het uniek is en er voorzichtig met Het moet worden omgegaan. Ook is er op Het's geboortehuis, Zadelstraat 38bis, een geboorteplaatje aangebracht! Voor aanvang van het lustrumconcert in het Concertgebouw in 2008, vloog Het Haas in een vernuftig ontworpen luchtballon over de hoofden van een uitzinnig publiek de zaal door, als ware Het een deus ex machina.In 1989 wordt door het bestuur Bos het document "Drie maal zeven richtlijnen omtrent Het Haas en zijn Honorairbestuursleden" opgesteld, waarin eindelijk de liefde voor Het ver genoeg gaat. Enkele voorbeelden:
- "De gang van Het Haas is ondoorgrondelijk en onvermijdelijk. Hiermee is niet gezegd dat de gang van Het Haas niet te volgen zou zijn en evenmin, dat Het Haas een wezen zou zijn dat graaft [...]" (Eerste deel, tweede richtlijn).
- "Het belang van Het Haas staat buiten kijf" (Eerste deel, zevende richtlijn).
- "Honorairen, die zitting nemen in het College der Honorairen zijn zeer eensgezind van mening en zeer uiteenlopend van aard" (Tweede deel, tweede richtlijn, tweede lid).
- "Er bestaat een relatie tussen Het Haas en het Honorairbestuurslid. Deze relatie verschilt per bestuurslid. Het bestuur heeft hier niets mee te maken" (Derde deel, eerste richtlijn).
- "Het is het Honorair toegestaan een knuffel in bezit te hebben als fysieke steun in tijden dat Het Haas gemist wordt en lijfelijk contact met Het Edel Dier onmogelijk is. Het bestuur handelt zo secuur mogelijk indien het in contact komt met een dergelijk steunbezit" (Derde deel, tweede richtlijn).
- "Alle partijen nemen zich in acht voorzichtig om te springen met welke andere partij dan ook daar allen zeer zeldzaam en zelfs uniek zijn" (Derde deel, zevende richtlijn).
